Zodanige banden

Criterium “zodanige banden” geldt niet bij transitievergoeding.

Doorstart na faillissement, Opvolgend werkgeverschap, Transitievergoeding.
De Rechtbank Midden-Nederland, 21 juli 2016 (ECLI:NL:RBMNE:2016:4242, JAR 2016/219, AR-Updates.nl 2016-0851).

De casus

Faillissement. De curator ontslaat werknemer. De onderneming wordt doorgestart.
De werknemer treedt voor 1 jaar dienst als bedrijfsleider bij de doorstartende partij. De arbeidsovereenkomst wordt nadien voor een jaar verlengd. De werkgever geeft aan het contract daarna niet meer te willen verlengen.
De werknemer berust in de beëindiging, maar is van mening dat hij wel recht heeft op een transitievergoeding waarbij de jaren die hij bij zijn oude (failliete) werkgever heeft gewerkt meetellen.

Transitievergoeding

De kantonrechter overweegt dat de werknemer recht heeft op de transitievergoeding, nu de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd en ten minste 24 maanden heeft geduurd. Het feit dat de werknemer zich bij de beëindiging heeft neergelegd en elders in dienst is getreden, betekent niet dat de arbeidsovereenkomst op zijn initiatief niet is voortgezet.

Bepalen hoogte transitievergoeding geen vereisten zodanige banden

Bij het bepalen van de hoogte van de transitievergoeding dienen de jaren die de werknemer bij zijn voormalige (failliete) werkgever heeft gewerkt meegeteld te worden, nu vast is komen te staan dat de werknemer daar dezelfde functie en vrijwel dezelfde werkzaamheden verrichtte op dezelfde locatie, in hetzelfde pand met dezelfde activa en grotendeels met dezelfde collega’s.

Het is niet vereist dat tussen de oude en de nieuwe werkgever zodanige banden bestaan dat het door de oude werkgever verkregen inzicht in de hoedanigheid van de werknemer moet kunnen worden toegerekend aan de nieuwe werkgever. Dit criterium is uitdrukkelijk niet opgenomen in art. 7:673 lid 4 sub b BW en geldt ook niet op grond van het overgangsrecht. Dat is het geval bij 7:668a BW, maar dat betreft een andere situatie.

Faillissement brengt geen ‘knip’ aan in het opvolgende werkgeverschap

Het feit dat de oud werkgever failliet is gegaan, heeft geen gevolgen voor de hoogte van de transitievergoeding.
Artikel 7:673c lid 1 BW strekt er niet toe om een ‘knip’ aan te brengen in het opvolgende werkgeverschap, van voor en na het faillissement, waar het gaat om de arbeidsduur die meetelt voor de transitievergoeding.